Leolux geschiedenis
Leolux is een Nederlandse fabrikant van designmeubelen. Het bedrijf is in 1932 opgericht in Venlo. Met slechts enkele medewerkers worden er ambachtelijke meubelen geproduceerd.
In 1948 wordt het bedrijf gekocht door de gebroeders Jan en Ton Sanders. Enkele jaren later beginnen de broers met de productie van ‘Leolux-meubelen’.
In 1981 wordt Jeroen Sanders, zoon van Ton Sanders directeur samen met Johan van Beek. Tegen het jaar 200 worden de Leolux meubelen wereldwijd verkocht en werken er ± 500 mensen.
Leolux heeft een uitgebreide collectie met vooral zitmeubelen maar inmiddels ook een uitgebreid aanbod aan tafels. De Leolux Pallone wordt gezien als het icoon van Leolux.
Leolux - van boom tot droom
De wortels van de droom Zonder wortels zou een boom verdorren en verwaaien in de wind. Ook een merk zoals Leolux kan uitsluitend succesvol aan de toekomst bouwen als ze haar wortels kent en beseft dat de oorsprong en de eerste groeifases een karakter hebben vastgelegd dat gekoesterd moet worden. In zeven decennia heeft Leolux zich kunnen ontwikkelen tot een Europees producent van moderne meubelen met de wortels diep in de vorige eeuw, maar met de gedachten in de uitdagende toekomst.
De vroege jaren In 1934 wordt de Zuid-Nederlandse Clubmeubelfabriek opgericht. Met slechts enkele medewerkers maakt dit bedrijfje ambachtelijke meubelen. De oorlogsjaren zijn turbulent, zeker wanneer het bedrijf in 1944 in de frontlinie komt te liggen. Na de oorlog komt het onder beheer van de "Boerenleenbank" die Ton Sanders aanstelt om toezicht te houden. Samen met zijn broer Jan koopt hij een paar jaar later, in 1948, de Zuid-Nederlandse Clubmeubelfabriek met bijeen gesprokkeld familiegeld. Zoals het met veel bedrijven gaat: het verhaal gaat pas echt beginnen als de eerste jaren met vallen en opstaan zijn doorstaan. Van bestedingsbeperking naar de Korea-crisis en de Hongaarse crisis. Om er het beste van te maken, zet de Zuid-Nederlandse alle creativiteit van de enkelen die er werken in. De teksten uit die tijd getuigen van zelfwerkzaamheid en idealisering en... de naam Leolux duikt al af en toe op voor aparte modelseries.
Nieuwe wegen In de tweede helft van de jaren vijftig ontplooien zich Deense en Italiaanse designers en dat ontgaat de gebroeders niet. Ze bewonderen nieuwe schuimmaterialen, kunstleders en andere stoffeertechnieken en passen ze zonder schroom toe. De klassieke paden worden verlaten. Risico nemen is een uitgangspunt. De jonge ontwerper Harry de Groot bindt zich met hart en ziel aan het bedrijf en samen maken de broers en Harry een moderne collectie. De trotse leeuw in het ZNC-logo wordt een luxueuze leeuw, "Leolux", een merknaam die al snel over gaat op het hele bedrijf.
De jaren zestig Op het moment dat The Beatles de wereld veroveren, worstelt Leolux met de markt. De ambities zijn groot en soms loopt Leolux ver voor de muziek uit. De broers hebben vooruitziende blikken die jaren ploeteren betekenen. In 1964 vestigen de Limburgers een eigen, 1400 vierkante meter grote showroom in het hart van Nederland. Het is een reuzenstap, maar een succesvolle stap, en dat was nodig want een weg terug is er niet. De kosten zijn hoog. Advertenties in consumententijdschriften zoals Avenue en Elsevier verbijsteren de collega's nog meer. De collecties worden nog uitdagender. Bij het gloren van een nieuw decennium, als het met The Beatles alweer begint af te lopen, komt de doorbraak: Leolux wordt een begrip en een serieuze speler in de moderne meubelmarkt.
Oliecrises en nostalgie In 1973 breekt de eerste oliecrisis uit en tot aan de tweede olie-crisis in 1979 viert de nostalgie hoogtij. Echt modern is even - "uit". Alles wordt bruin; de berber is hot. De loonkosten rijzen de pan uit maar de euforie over de aardgasvondsten sust Nederland in slaap. En ondertussen gaat de meubelindustrie voor een groot deel teloor. Leolux vecht zich een weg door de crisis door te investeren in jong management en in de export naar België en Duitsland. In het Duitse Roergebied ontstaat de Leolux GmbH, met een gewaagd eigen verkoopcenter. In Nederland wordt Leolux een gevestigd merk door de tweede showroom die vanuit Eindhoven Zuid- Nederland en België openbreekt.
De tachtigers en negentigers Afgeslankt maar gezond doorstaat Leolux de heftige recessie van 1979 tot 1982. Alles is veranderd maar de wortels zitten nu diep in de bodem geklemd. Een nieuwe generatie neemt het roer over: Jeroen Sanders en Johan van Beek. Ze nemen in fases de aandelen van de broers over en zetten een koers in die leunt op het gedachtegoed van de eerste veertig jaar, zij het met een geheel eigen interpretatie. Fotografie, reclame-uitingen, productbeleid en presentatie spreiden elan ten toon en het bedrijf krijgt vleugels op basis van de opgebouwde kennis en kunde. Tussen 1981 en 2001 verzesvoudigt de omzet in één lange groeicurve. Spraakmakende producten van een brede groep internationale designers verrijken de collectie en tonen de durf van het bedrijf door provocatieve details en vernieuwingen. Ook communicatief gaat Leolux verrassend te werk. Ze daagt de internationale gevestigde orde uit: Leolux noemt de Echnaton bijvoorbeeld "een troon voor hervormers" en ze laat Papageno "een knipoog naar dogmatische opvattingen" geven. Showrooms heten nu Design-Centers en zowel in België als in Duitsland worden nieuwe vestigingen geopend. De markten van Zwitserland en Frankrijk openen zich en ook de buiten- Europese export krijgt vorm. Leolux wordt een serieuze Europese speler op hoog kwaliteitsniveau. Aan het eind van de jaren negentig realiseert Leolux samen met Philips Corporate design en chef-designer Stefano Marzano "Plugged Furniture", meubelen en audiovisuele apparatuur ineen. Het is een revolutie in het denken over deze traditioneel zwarte dozen en het lokt bij Leolux een volgende stap uit: Leolux-zitideeën worden geëlektrificeerd! Elektrisch verstelbare banken en fauteuils vormen Leolux om naar een verdere evolutie in comfort en toepasbaarheid.
Een nieuw millennium Gespannen, maar ook ongerust, ziet Leolux de nieuwe eeuw tegemoet. De nu al zestig jaar oude reflexen zetten het bedrijf aan nieuwe reserves op te bouwen in geld en markten. Engeland groeit uit tot een serieuze Leolux-markt en de Europese recessie die vanaf 2001 volgt, kan tot op de dag van vandaag stabiel worden doorstaan. De moed uit het verleden zit in de genen en zet aan tot vernieuwingen en experimenten zoals The Silly Side en het exploreren van nieuwe markten in Oost-Europa. Producten met technische hoogstandjes en bijzondere vormen gepaard aan trefzekere, mooie en toegankelijke basisproducten laten zien dat Leolux de taal van de toekomst spreekt.
|